Zoek naar alle locaties in jouw regio.

Maak gratis een ouderaccount voor updates, beschikbaarheid en nieuwe reviews.

Kiddie.nl

De vijfde ziekte en de zesde ziekte: wanneer mag je kind naar de opvang?

Vijfde of zesde ziekte? Ontdek de verschillen in symptomen, besmettelijkheid en RIVM-regels. Zo weet je precies wanneer je kind weer naar de opvang mag.

Door Kiddie Nieuws Redactie
De vijfde ziekte en de zesde ziekte: wanneer mag je kind naar de opvang?

Kernpunten

  • Vijfde ziekte: wangen eerst rood, daarna lichaam; zesde ziekte: eerst koorts, dan pas uitslag
  • Kind met zichtbare vijfde-ziekte-uitslag is niet meer besmettelijk voor de opvang
  • Zesde ziekte: terug naar opvang zodra koortsvrij en kind zich beter voelt
  • Zwangere vrouwen lopen risico bij vijfde ziekte, niet bij zesde ziekte
  • RIVM-richtlijnen verschillen van praktijkbeleid: bespreek terugkeer altijd met je locatie

Wat is het verschil tussen de vijfde en de zesde ziekte?

Je krijgt een telefoontje van de opvang: je kind heeft rode vlekjes. Of je ontdekt thuis plotseling een vreemde uitslag op het lijf van je peuter. Twee van de meest voorkomende virale kinderziektes met huiduitslag zijn de vijfde ziekte (erythema infectiosum) en de zesde ziekte (exanthema subitum). Hoewel de namen verwarrend dicht bij elkaar liggen, gaat het om totaal verschillende virussen met een heel eigen verloop. En precies daar wringt de schoen: ouders én opvangmedewerkers schatten de besmettelijkheid en het terugkeermoment vaak verkeerd in.

De vijfde ziekte wordt veroorzaakt door het parvovirus B19. Typisch is de 'wangsLAG': felrode, warme wangen die lijken alsof je kind een klap heeft gehad, terwijl het om de mond juist bleek blijft. Daarna verspreidt zich een grillig roze vlekjespatroon over armen, romp en benen. De uitslag kan wekenlang op en neer komen, vooral bij warmte of inspanning. Bij de zesde ziekte draait alles om het HHV-6-virus. Hier zie je eerst drie tot vijf dagen hoge koorts — soms tot 40 graden — waarbij je kind verder opvallend fit lijkt. Precies wanneer de koorts plotseling wegtrekt, verschijnt de karakteristieke uitslag: kleine roze vlekjes die beginnen op de romp en zich uitbreiden naar hals en gezicht.

Hoe besmettelijk is je kind en wanneer begint de incubatietijd?

Hier zit een cruciaal verschil dat direct impact heeft op opvangbeleid. Bij de vijfde ziekte is je kind het meest besmettelijk vóórdat de wangen rood worden. Dat klinkt tegenstrijdig, maar het verklaart waarom uitbraken op kinderdagverblijven zo moeilijk te voorkomen zijn. De incubatietijd bedraagt vier tot veertien dagen. Zodra de uitslag zichtbaar is, is het besmettingsgevaar eigenlijk voorbij — behalve bij kinderen met een verminderde weerstand of bepaalde bloedziektes.

Bij de zesde ziekte loopt de besmettelijkheid parallel aan de koortsfase. De incubatietijd is vijf tot vijftien dagen. Het kind is besmettelijk vanaf voor de koorts tot kort na het wegtrekken ervan. Ook hier geldt: zodra de vlekjes verschijnen, neemt de besmettelijkheid sterk af.

Net als bij waterpokken op de opvang kijkt de leidster vooral naar hoe je kind zich voelt en of er nog koorts is. De zichtbare fase van beide ziektes is vaak al het einde van het besmettingsverhaal — een inzicht dat veel ouders verrast.

Wat zegt het RIVM precies over terugkeer naar de opvang?

De RIVM-richtlijn voor kinderopvang is helder, maar vraagt wel om nuance. Voor de vijfde ziekte geldt: kinderen met de zichtbare uitslag mogen gewoon naar het kinderdagverblijf of de BSO. Ze zijn dan niet meer besmettelijk voor hun omgeving. Wel is er één belangrijke uitzondering: zwangere vrouwen. Voor hen kan parvovirus B19 risicovol zijn, vooral in het eerste trimester. Opvanglocaties moeten zwangere medewerksters of zwangere ouders bij een uitbraak informeren, zodat zij contact kunnen opnemen met hun verloskundige of gynaecoloog.

Voor de zesde ziekte adviseert het RIVM dat kinderen weer naar de opvang mogen zodra ze koortsvrij zijn en zich voldoende beter voelen. De uitslag zelf is geen reden om thuis te blijven. Dit is vergelijkbaar met hoe je bij RS-virus bij baby's en peuters ook kijkt naar het algemene welbevinden en het wegblijven van koorts.

Toch zie je in de praktijk dat opvanglocaties soms voorzichtiger zijn dan de richtlijn voorschrijft. Dit heeft te maken met hun eigen ziektebeleid, de groepssamenstelling en soms ook met druk van andere ouders. Het helpt om het ziektebeleid van je kinderopvang vooraf goed te kennen.

Waarom worden de vijfde en zesde ziekte vaak door elkaar gehaald?

De nummering verwijst naar een historische volgorde van beschreven kinderziektes met uitslag — niet naar ernst of frequentie. De eerste tot en met vierde ziekte (waaronder mazelen en rode hond) zijn door vaccinatieprogramma's zeldzaam geworden. Daardoor komen de vijfde en zesde ziekte nu vaker aan het licht, maar het besef over hun verschillen is niet meegegroeid.

Ouders herkennen de verwarrende signalen: beide beginnen vaak onschuldig, beide geven uitslag, en bij beide lijkt je kind tussen de fases door redelijk opgeknapt. Het verschil zit in de chronologie. Onthoud als ezelsbruggetje: vijfde = wangen eerst, dan lichaam; zesde = koorts eerst, dan pas uitslag. Geen koorts vooraf? Denk aan de vijfde. Wel koorts die plotseling stopt? Denk aan de zesde.

Wanneer bel je de huisarts en wanneer houd je je kind thuis?

De vijfde en zesde ziekte zijn over het algemeen onschuldig en gaan vanzelf over. Toch zijn er momenten waarop je medisch advies moet inwinnen. Bel je huisarts bij de vijfde ziekte als je kind bleek wordt, extreem moe is of je zorgen hebt over de bloedwaarden — dit virus kan tijdelijk de aanmaak van bloedcellen remmen. Bij de zesde ziekte is het verstandig om contact op te nemen als de koorts langer dan vijf dagen aanhoudt, als je kind niet drinkt, suf is of als de uitslag er anders uitziet dan verwacht (bijvoorbeeld blauwe plekken of bloedinkjes).

Qua thuishouden geldt: volg het RIVM-advies, maar wees ook praktisch. Een kind met de vijfde ziekte dat lekker speelt en geen koorts heeft, mag naar de opvang. Een kind met de zesde ziekte dat net koortsvrij is maar nog loom en prikkelbaar, kan wellicht beter een hersteldag thuis krijgen. Koorts bij baby of peuter blijft altijd de belangrijkste graadmeter voor opvang of thuisblijven.

Wat betekent dit voor zwangere medewerkers en ouders op de groep?

Dit is het onderbelichte hoofdstuk van beide ziektes. Bij de vijfde ziekte is het risico voor zwangeren het grootst, omdat parvovirus B19 de placenta kan passeren en in zeldzame gevallen een vruchtwateranemie kan veroorzaken. Het RIVM adviseert zwangere vrouwen die niet eerder besmet zijn geweest om bij direct contact met een besmet kind hun zorgverlener te raadplegen. Goed nieuws: de meeste volwassenen zijn al immuun door een doorgemaakte infectie in de kindertijd, zonder het toen te merken.

Bij de zesde ziekte is het risico voor zwangeren verwaarloosbaar. Het HHV-6-virus kan wel bij pasgeborenen problemen geven, maar dat speelt zich af in een heel andere context dan de peuteropvang.

Opvanglocaties doen er verstandig aan om bij een uitbraak van de vijfde ziekte proactief te communiceren met zwangere teamleden. Als ouder kun je hier ook zelf alert op zijn — het voorkomt onnodige angst als iedereen op tijd geïnformeerd is.

Hoe ga je om met het opvangbeleid in de praktijk?

Ondanks de duidelijke RIVM-richtlijnen zie je grote verschillen tussen locaties. Sommige kinderdagverblijven hanteren een streng 'geen uitslag'-beleid, anderen volgen de professionele adviezen strikt. De beste aanpak is transparante communicatie. Meld bij de opvang wat de huisarts of GGD heeft gezegd, vraag naar hun specifieke protocol, en bespreek samen wat passend is.

Op Kiddie.nl kun je bij het vergelijken van opvanglocaties niet alleen kijken naar pedagogische visie en GGD-rapporten, maar ook navragen hoe een locatie omgaat met ziekte en terugkeer. Dat voorkomt verrassingen op het moment dat je kind al beter is en jij weer aan het werk moet.

Conclusie: vertrouw op de feiten, niet op de angst

De vijfde en zesde ziekte horen bij de kindertijd en zijn voor gezonde kinderen vrijwel altijd onschuldig. Het grootste probleem is niet de ziekte zelf, maar de verwarring eromheen. Weten dat je kind met de zichtbare uitslag van de vijfde ziekte niet meer besmettelijk is, of dat de zesde ziekte pas echt voorbij is als de koorts weg is, helpt je gerichter te handelen. Bespreek met je opvang wat hun beleid is, informeer zwangere contacten bij de vijfde ziekte, en twijfel je? Een belletje naar de huisarts of GGD geeft altijd meer zekerheid dan googelen tot diep in de nacht.

Veelgestelde vragen

Mag mijn kind met de vijfde ziekte naar het kinderdagverblijf?
Ja, volgens het RIVM mag een kind met de zichtbare uitslag van de vijfde ziekte gewoon naar de opvang. Het is dan niet meer besmettelijk voor anderen. Wel is het verstandig om zwangere medewerkers of ouders op de groep te informeren, omdat zij bij direct contact hun verloskundige moeten waarschuwen.
Hoe lang moet mijn kind thuisblijven bij de zesde ziekte?
Er is geen vaste thuisblijfperiode voor de zesde ziekte. Je kind mag weer naar de opvang zodra het koortsvrij is en zich voldoende beter voelt. De uitslag die daarna verschijnt, is geen reden om thuis te blijven. Let op: sommige opvanglocaties hanteren eigen regels, dus check dit bij je locatie.
Waarom is de vijfde ziekte gevaarlijk voor zwangeren?
Het parvovirus B19 dat de vijfde ziekte veroorzaakt, kan bij zwangere vrouwen die niet eerder besmet zijn geweest in zeldzame gevallen leiden tot complicaties zoals vruchtwateranemie. De meeste volwassenen zijn echter al immuun door een ongemerkte infectie in hun jeugd. Twijfel je? Neem contact op met je verloskundige of gynaecoloog.
Hoe weet ik of mijn kind de vijfde of zesde ziekte heeft?
Kijk naar de volgorde van symptomen. Bij de vijfde ziekte beginnen de wangen felrood te worden, gevolgd door een uitslag op het lichaam — zonder voorafgaande koorts. Bij de zesde ziekte heeft je kind eerst drie tot vijf dagen hoge koorts, waarna de uitslag verschijnt precies wanneer de koorts wegtrekt. Bij twijfel kan de huisarts of GGD de diagnose bevestigen.
Kan de opvang mijn kind weigeren ondanks de RIVM-richtlijn?
Opvanglocaties mogen hun eigen ziektebeleid hanteren, mits dit redelijk en duidelijk gecommuniceerd is. De RIVM-richtlijn is een advies, geen wettelijke verplichting voor de locatie. Bespreek het beleid daarom altijd vooraf, zodat je weet waar je aan toe bent. Op Kiddie.nl kun je locaties vergelijken en hun aanpak rond ziekte navragen.

Op zoek naar kinderopvang?

Vind en vergelijk alle kinderopvang locaties bij jou in de buurt

Start met zoeken