Maak gratis een ouderaccount voor updates, beschikbaarheid en nieuwe reviews.

Kiddie.nl

OESO: Nederlandse vijfjarigen beginnen met grote verschillen aan de basisschool

Een internationaal onderzoek van de OESO toont aan dat kinderen in Nederland sterk uiteenlopende startposities hebben bij schoolbegin. De uitkomsten roepen vragen op over de rol van kinderopvang en vroegschoolse educatie.

OESO: Nederlandse vijfjarigen beginnen met grote verschillen aan de basisschool

Kinderen in Nederland beginnen met aanzienlijke verschillen aan de basisschool. Dat blijkt uit een internationaal onderzoek van de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) onder vijfjarigen. De PO-Raad, de brancheorganisatie voor het primair onderwijs, besteedt aandacht aan deze bevindingen vanwege de gevolgen voor onderwijskansen.

Ongelijke startpositie

De OESO-studie, die de schoolse en cognitieve vaardigheden van vijfjarigen in verschillende landen vergeleek, laat zien dat de voorbereiding op school sterk varieert tussen kinderen. Deze verschillen zijn niet alleen individueel, maar hangen samen met de achtergrond van kinderen, waaronder het opleidingsniveau van ouders en de thuissituatie.

In Nederland is kinderopvang en vroegschoolse educatie (VVE) bedoeld om deze verschillen te verkleinen. Kinderen uit gezinnen met een kleinere kans op taal- en ontwikkelingsachterstanden kunnen via VVE-programma's extra ondersteuning krijgen. Toch blijkt uit de OESO-cijfers dat de ongelijkheid bij het begin van de basisschool nog steeds substantieel is.

Rol van kinderopvang en VVE

De PO-Raad wijst op het belang van een goede aansluiting tussen kinderopvang, VVE en basisonderwijs. In Nederland is de kinderopvang grotendeels geprivatiseerd en gefinancierd via een toeslagensysteem, terwijl VVE-programma's vooral gericht zijn op kwetsbare doelgroepen. Dit hybride stelsel kan leiden tot fragmentatie: niet alle kinderen die baat zouden hebben bij VVE, krijgen daadwerkelijk die ondersteuning.

De OESO beveelt in meerdere rapporten aan dat landen investeren in kwalitatief hoogwaardige vroege kinderjaren, omdat de periode van nul tot acht jaar cruciaal is voor de verdere ontwikkeling. Achterstanden die in deze fase ontstaan, zijn later moeilijker in te halen.

Wat betekent dit voor ouders?

Voor ouders heeft dit onderzoek verschillende praktische implicaties:

  • Controleer VVE-aanspraak: Ouders met een taal- of ontwikkelingsachterstand in het gezin, of met een laag inkomen, kunnen recht hebben op VVE. Informeer bij uw gemeente of kinderopvangorganisatie of uw kind hiervoor in aanmerking komt.
  • Kwaliteit van opvang telt mee: Niet alle kinderopvang biedt hetzelfde pedagogisch klimaat. Kijk bij het kiezen van opvang naar de inspectierapporten en het aanbod van stimulerende activiteiten.
  • Thuissituatie blijft bepalend: Ook buiten de opvang speelt de thuisomgeving een grote rol. Voorlezen, spelen en praten met uw kind dragen bij aan de schoolse voorbereiding.
  • Schoolkeuze en overgang: Bij de overgang naar de basisschool is het waardevol om met de nieuwe school te bespreken waar uw kind staat, zodat eventuele extra ondersteuning vroegtijdig kan worden ingezet.

De PO-Raad benadrukt dat de uitkomsten van het OESO-onderzoek een impuls moeten geven om de samenwerking tussen kinderopvang en onderwijs verder te versterken, zodat meer kinderen gelijkwaardig aan de basisschool beginnen.

Gepubliceerd door Kiddie.nlHet grootste kinderopvang vergelijkingsplatform van Nederland

Op zoek naar kinderopvang?

Vind en vergelijk alle kinderopvang locaties bij jou in de buurt

Start met zoeken